Toetsing

De school hanteert een zogenaamde 80% normering bij haar toetsen. Hoe werkt dit?
De 80% normering is een gebruikelijke normering die ook bij de lesmethodes wordt voorgeschreven. Geacht wordt dat als een kind 80% van de lesstof beheerst, er sprake is van een voldoende beheersing, dus een 6. Scoort een leerling tussen de 60 en 80 procent, dan is dat een indicatie dat er aanvullende instructie nodig is. Onder de 60% is her-instructie nodig.

 

Waarom kunnen kinderen toetsen niet mee naar huis krijgen, zodat je als ouder ook kan kijken welk soort fouten gemaakt worden?
Toetsen zijn van de methode en worden meerdere jaren gebruikt. Als de toetsen buiten de school komen, kunnen we de betrouwbaarheid van de toetsen niet meer garanderen. Het delen van behaalde cijfers in de klas is niet altijd prettig als je ergens moeite mee hebt. Het kan kinderen demotiveren en tekenen. Als school ontkom je er niet aan dat je cijfers deelt. Bewust of onbewust gebeurt dit toch.  Kinderen zitten naast elkaar, zien elkaars schriften en toetsen.

 

Worden de toetsen (fouten) in alle klassen met de kinderen doorgenomen, zodat zij hiervan leren?
In principe worden de methode gebonden toetsen doorgenomen als dat een meerwaarde heeft voor het leerproces. Voor de niet methode gebonden toetsen (LOVS) geldt dat deze niet met de leerlingen worden besproken.

 

Waarom geef je als school een 1 als cijfer aan jonge kinderen en kan de herkansing niet hoger zijn dan een 6?
We hechten er in de bovenbouw waarde aan om reële cijfers te geven, dit om zowel bij ouders als leerlingen geen verkeerde verwachtingen te wekken. Leerlingen die voor een toets onvoldoende hebben gehaald, mogen herkansen. Het klopt dat je in de herkansing niet hoger dan een 6 kunt halen. Dit om te voorkomen dat er oneigenlijk gebruik van de herkansing wordt gemaakt. De primaire insteek is echter om het kind een extra leermoment (kans) te geven.